A.1 Intake groeidocument HGW

Herkomst/bron: gebaseerd op Pameijer & Van Beukering (2006).

Toelichting: Wanneer een leerling op school komt (aanmelding, verhuizing, overplaatsing) vindt een intakegesprek plaats. Dit intake- groeidocument vormt de basis voor de rapportage over het afstemmen op de onderwijsbehoeften van deze leerling. Omdat het een groeidocument betreft, kunnen later met een kleine aanpassing ook de komende leervorderingen, rapportages of (onderzoeks-)gegevens bijgehouden worden.


Verwijzing naar hoofdstukken
: 2.2, 2.6.

Gebruiksaanwijzing: De school voert een intakegesprek met de ouders en brengt in dit document een overzicht aan van alle belangrijke factoren rond een leerling op de verschillende ontwikkelingsdomeinen. Feiten, gebeurtenissen, verwachtingen en afspraken worden voor alle partijen hierin opgenomen.

 


Ga naar het document.

A.2 Overzichtslijst onderwijsbehoeften

Herkomst/bron: gebaseerd op Pameijer & Van Beukering (2006); Pameijer, Van Beukering & De Lange (2009); Van Meersbergen, WOSO/RdMC/OU (2009); Van Meersbergen, LEOZ/WOSO (2012).

Toelichting: Alle leerlingen hebben naast de algemene onderwijsbehoeften ook meerdere specifieke onderwijsbehoeften op het domein van leren, en van gedrag en werkhouding. De overzichtslijst onderwijsbehoeften geeft een opsomming van mogelijke onderwijsbehoeften op beide domeinen. Er zijn hulpzinnen geformuleerd die een afstemming op specifieke onderwijsbehoeften enerzijds en de onderlinge relatie tussen beide domeinen anderzijds beter mogelijk maken. Het is een hulpmiddel bij het waarnemen en begrijpen van onderwijsbehoeften.

Verwijzing naar hoofdstukken: 2.4, 2.5, 4 algemeen.

Gebruiksaanwijzing: De leraar vult, eventueel samen met de interne begeleider, deze overzichtslijst in voor die leerlingen van wie de onderwijsbehoeften nog niet duidelijk zijn. Niet alle waargenomen onderwijsbehoeften worden in een individueel handelingsplan opgenomen. Sommige onderwijsbehoeften staan al in het groepsplan of in een subgroepsplan/clustering van onderwijsbehoeften. Dan moet er opnieuw instructie of tijdelijk extra aandacht aan een bepaalde ondersteuning gegeven worden. Daar moeten keuzes in gemaakt worden en de hulpzinnen zijn hierbij te gebruiken. Ook zullen enkele specifieke onderwijsbehoeften in een individueel handelingsplan een plaats kunnen krijgen. Er zijn meerdere varianten mogelijk met betrekking tot het formuleren van hulpzinnen. Vanuit Human Dynamics-benadering worden ook een aantal hulpzinnen en onderwijsbehoeften gepresenteerd.


Ga naar het document.

A.3 Prioritering onderwijsbehoeften

Herkomst/bron: Samenwerkingsverband Amstelland Zuid & de
Veenlanden 2902, Mϋller (2012).

Toelichting: Sommige leerlingen hebben naast de algemene
onderwijsbehoeften ook meerdere specifieke nderwijsbehoeften. Ook al zijn deze
allemaal waargenomen en begrepen, deze kunnen in veel gevallen onmogelijk
tegelijk begeleid worden in een periode. Keuzes maken en prioriteiten stellen
aan die onderwijsbehoeften waar wel aan gewerkt gaat worden in een periode is
daarom belangrijk. Ook om de gevraagde afstemming praktisch haalbaar te houden
en om te hoge verwachtingen bij alle partijen, onder wie de ouders, te voorkomen.

Verwijzing
naar hoofdstukken
: 2.4, 2.6, 3.6, 4.5,
6.3

Gebruiksaanwijzing: De school kiest in samenspraak met ouders om de
onderwijsbehoeften van een leerling binnen het domein WERKHOUDING/LEREN in
kaart te brengen. De school geeft in het schema aan welke onderwijsbehoeften
deze leerling heeft en waaraan tegemoet gekomen kan worden in de groep (kolom
aangegeven met een +), en welke onderwijsbehoeften de leerling heeft waaraan
niet tegemoet gekomen kan worden binnen de groep (kolom aangegeven met een -).

Ga naar het document.

A.4 Overzichtslijst onderwijsbehoeften technisch lezen en spelling

Herkomst/bron: Veeninga, Fontys OSO (2011).

Toelichting: Alle leerlingen hebben naast de algemene
onderwijsbehoeften ook meerdere specifieke onderwijsbehoeften op het domein van
leren en van gedrag en werkhouding. Deze lijst geeft een opsomming van
mogelijke hulpzinnen op het domein van leren. Het is een hulpmiddel bij het
waarnemen en begrijpen van onderwijsbehoeften bij technisch lezen en spelling.
Vervolgens wordt op basis hiervan een planning van de juiste afstemming op
onderwijsbehoeften gemaakt.

Verwijzing naar hoofdstukken: 2.4, 2.6, 4.2.

Gebruiksaanwijzing: De leraar vult, eventueel samen met
de interne begeleider, deze overzichtslijst in voor die leerlingen van wie de
onderwijsbehoeften op technisch lezen en spelling nog niet duidelijk zijn. Niet
alle waargenomen onderwijsbehoeften worden in een individueel handelingsplan
opgenomen. Sommige onderwijsbehoeften staan al in het groepsplan of in een
subgroepsplan/clustering van onderwijsbehoeften. Dan moet er opnieuw instructie
of tijdelijk extra aandacht aan een bepaalde ondersteuning gegeven worden. Daar
moeten keuzes in gemaakt worden en de hulpzinnen zijn hierbij te gebruiken. Ook
zullen er enkele specifieke onderwijsbehoeften in een individueel
handelingsplan een plaats kunnen krijgen.


Ga naar het document.

A.5 Interventiekader HGW voor individuele leerling

Herkomst/bron: De Vries (2012).

Toelichting: De zeven uitgangspunten van
handelingsgericht werken vormen het kader om besluiten te nemen welke
interventies er door de leraar worden ingezet bij een individuele leerling. Ook
wordt in dit kader aan de leraar de vraag gesteld welke ondersteuning hij/zij
hierbij nodig heeft.

Verwijzing naar hoofdstukken: 2.6, 3.5, 4.3.

Gebruiksaanwijzing: De leraar vult, eventueel samen met
de interne begeleider, dit interventiekader in voor een leerling van wie de
doelen en achterliggende onderwijsbehoeften (nog) onduidelijk zijn. Met behulp
van de zeven uitgangspunten van handelingsgericht werken wordt per uitgangspunt
concreet gemaakt welke interventies nodig zijn voor de leerling en welke
ondersteuning de leraar zelf hierbij nodig heeft.


Ga naar het document.

A.6 Formulier gesprekspunten leerlingbespreking

Herkomst/bron: RK Basschool De Breede Hei, Amersfoort
(2012).

Toelichting: Dit formulier geeft een vaste structuur en
inhoud aan de leerlingbespreking. Eventueel kan voorafgaand aan deze
leerlingbespreking een van de drie aanmeldingsformulieren gebruikt worden die
de focus wil leggen op Werkhouding, Leren en Gedrag (respectievelijk de
instrumenten A.14, A.15, A.16). De focus ergens op leggen betekent niet dat de
samenhang tussen onderwijsbehoeften op de domeinen leren en gedrag uit het oog
verloren mag raken.

Verwijzing naar hoofdstukken: 2.6, 3.5, 4.2, 4.3,
4.4, 4.6.

Gebruiksaanwijzing: Dit formulier geeft puntsgewijs
structuur aan de leerlingbespreking. Ook dient het om de feiten, afspraken,
verwachtingen, vragen die er nog overblijven en acties wie wat gaat doen te
noteren in het verslag van deze leerlingbespreking. Indien nodig worden de
begeleidings-/ondersteuningsbehoeften van de leraar ook in beeld gebracht en
besproken. De interne begeleider is gespreksleider.


Ga naar het document.

A.7 Werkblad Goodness-of-fit- leraar

Herkomst/bron: Thomas & Chess (1984); Deci & Ryan (1985); Emans & Van Meersbergen, LEOZ (2012); Van Meersbergen & De Vries (2017); Van Meersbergen (2019); Van Meersbergen & Ketelaar (2020).

.

Toelichting: dit werkblad leunt op twee vertrouwde concepten:

  1. wat Thomas & Chess hebben omgeschreven als Goodness-of-fit en
  2. de drie psychologische basisbehoeften van Deci & Ryan.

De combinatie van beide, dit werkblad, dient als hulpmiddel voor zelfreflectie door de leraar. Reflectie op eigen handelen in dit geval over de mate van afstemming op onderwijsbehoeften is Het vormt als basis voor de leraar om concrete interventies voor te bereiden.

De focus ligt op de onderwijsbehoeften van leerlingen én wat de leraar daarbij aan ondersteuning nodig heeft om meer, beter of goed af te stemmen.
Het is een hulpmiddel om te zien of er sprake is van een match tussen de
onderwijsbehoeften van de leerling en de verwachtingen, het zicht op die
onderwijsbehoeften en mogelijkheden die de leraar op dat moment heeft/ziet.

De sterke en zwakke kanten van de huidige afstemming worden door de leraar zelf vastgesteld.

Ook helpt dit werkblad bij de voorbereiding van een leerlingbespreking, mdo of
coaching-gesprek. Hierdoor wordt meer diepgang van de bespreking
bereikt en effectiever met de beschikbare tijd voor overleg omgegaan.

Verwijzing naar hoofdstukken: 2.5, 2.6, 3.3, 3.4, 3.5, 3.6, 4.3, 4.4, 4.5, 6.2, 6.6.

Gebruiksaanwijzing:

De leraar vult dit formulier in wanneer deze zelf hieraan behoefte heeft of standaard voorafgaand aan een leerlingbespreking. Ook kan dit werkblad ingevuld worden in het kader van de voorbereiding coaching-gesprek met bijvoorbeeld de interne begeleider. Na de inventarisatie van de hoofdpunten uit de kolommen wordt er vastgelegd waaraan de komende periode gewerkt gaat worden en welke ondersteuning hierbij nodig is. Dit hulpmiddel gaat goed samen met, als voorloper van, hulpmiddel B.15 Formuleren ondersteuningsbehoeften leraar.


Ga naar het document.

A.8 Checklist HGW klassenconsultaties of observaties

Herkomst/bron: Elferink, Hogeschool Utrecht (2012).

Toelichting: Deze checklist geeft de observatiepunten
aan waarop een observator de leraar bekijkt op de dagelijkse afstemming op onderwijsbehoeften.
De observatie wordt gedaan in het kader van een collegiale consultatie.

Verwijzing naar hoofdstukken: 2.3, 2.5, 2.6, 4.4,
6.4.

Gebruiksaanwijzing: De observator (consultant, collega,
interne begeleider) vult dit formulier in en bespreekt de observaties en
opmerkingen met de leraar. Aandachtpunten voor de komende periode worden in
overleg bepaald en vastgelegd.


Ga naar het document.

A.9 Kijkwijzer Groepsbezoek HGW

Herkomst/bron: Gelmers & De Vries, Hogeschool Utrecht (2012).

Toelichting: Deze checklist geeft de observatiepunten
aan waarop een observator de leraar bekijkt op de zeven uitgangspunten van
handelingsgericht werken. De observatie wordt gedaan in het kader van een
collegiale consultatie.

Verwijzing naar hoofdstukken: 2.5, 2.6, 4.4, 4.5,
5.4, 6.4.

Gebruiksaanwijzing: De observator (consultant, collega,
interne begeleider) vult dit formulier in en bespreekt de observaties en
opmerkingen met de leraar. Aandachtpunten voor de komende periode worden in
overleg bepaald en vastgelegd.


Ga naar het document.

A.10 Kindplan

Herkomst/bron: Pameijer, Van Beukering & De Lange
(2009).

Toelichting: Dit formulier geeft kort en krachtig de
stappen van handelingsgericht werken weer voor de leerling zelf. In een gesprek
met de leerling en met behulp van eigen bewoordingen en ideeën van de leerling
wordt dit kindplan opgesteld.

Nu kan ik al:

Straks wil ik weten/kunnen:

Om dat te bereiken ga ik:

De juf/meester helpt me door:

Mijn ouders helpen me door:

Materialen, oefeningen, andere kinderen die me helpen:

Verwijzing naar hoofdstukken: 1.2, 2.3, 2.6

Gebruiksaanwijzing: De leraar voert met de leerling een
gesprek over het kindplan. Er worden ook afspraken gemaakt over de periode en
de evaluatie van dit kindplan. De leraar zelf brengt dit kindplan ter sprake in
een leerlingbespreking, groepsbespreking of teamoverleg. Indien nodig worden de
ondersteuningsbehoeften van de leraar ook besproken.


Ga naar het document.

A.11 Groepsplan 1-8

Herkomst/bron: RK basisschool De Breede Hei, Amersfoort (2012).

Toelichting: Dit format groepsplan is afkomstig van een
basisschool. Het geeft een vaste structuur voor alle groepen (1 tot en met 8)
aan de drie niveaus waar de instructie met betrekking tot de didactische vakken
op gericht moet zijn. In dit groepsplan worden de leerlingen per vakgebied in
de drie niveaus ondergebracht.

Instructie afhankelijke leerlingen

Instructie gevoelige leerlingen

Instructie onafhankelijke leerlingen

Basisinstructie +

Verlengde
instructie/verwerking

Basisinstructie/verwerking

Verkorte instructie

Compacten/verrijken

Verwijzing naar hoofdstukken: 2.3, 2.4, 2.6, 6.4.

Gebruiksaanwijzing: De leraar voert de gegevens voor de
desbetreffende groep in voor dat schooljaar. De leerlingen worden per vakgebied
in een van de die instructiegroepen ingedeeld. Hun onderwijsbehoeften worden
bepaald en de vorderingen bijgehouden. Indien nodig worden de
ondersteuningsbehoeften van de leraar ook besproken.
.


Ga naar het document.

A.12 Groepsoverzicht

Herkomst/bron: De Vries (2012).

Toelichting: Dit format groepsoverzicht geeft in een
vaste structuur voor alle groepen aan hoe de prestaties en vorderingen zijn met
betrekking tot het domein van leren en gedrag. Ook wordt in de fase van
waarnemen naar stimulerende en belemmerende factoren gekeken. In de fase
begrijpen/analyseren worden in dit groepsoverzicht de leerlingen en hun
onderwijsbehoeften beschreven. Onderwijsbehoeften zijn in dit groepsoverzicht
verdeeld over Algemeen en Specifiek.

Algemeen: Wat heeft
het kind in het algemeen nodig om zich te kunnen ontwikkelen?

  • - relatie
  • - competentie
  • - autonomie
  • - leerstijl

Specifiek: Taal,
Rekenen en Overig (met SEO, Taak-werkhouding, Spel, Motoriek ).

Verwijzing naar hoofdstukken: 2.3, 2.6, 6.4.

Gebruiksaanwijzing: De leraar voert de gegevens voor de
desbetreffende groep in voor dat schooljaar. De prestaties en vorderingen van
alle leerlingen worden per domein en/of per vakgebied genoteerd. Hun algemene
en specifieke onderwijsbehoeften worden bepaald en de vorderingen bijgehouden.
Indien nodig worden de ondersteuningsbehoeften van de leraar ook besproken.


Ga naar het document.

A.13 Groepsplan SEO en werkhouding

Herkomst/bron: 1 Kind- 1 Zorg- 1 Plan, LEOZ (2012).

Toelichting: Dit groepsplan Sociale en emotionele
competentieontwikkeling en Werkhouding is afkomstig van het web based trainingsprogramma 1 Kind- 1 Zorg
– 1 Plan
en te vinden op www.leoz.nl/Projecten/1kind1zorg1plan.aspx.
Het geeft een vaste structuur en houvast hoe de onderwijsbehoeften waar te
nemen zijn en te benoemen op drie factoren van sociale en emotionele
competentieontwikkeling, aangevuld met de factor werkhouding. De vier factoren
van het domein gedrag zijn: A= omgaan met zichzelf, B=omgaan met de leraar, C=
omgaan met de medeleerlingen, D=Werkhouding.

Verwijzing naar hoofdstukken: 2.3, 2.4, 2.6, 4.4,
6.4

Gebruiksaanwijzing: De leraar voert de gegevens voor de
desbetreffende groep periodiek in. De leerlingen worden per factor (A= omgaan
met zichzelf, B=omgaan met de leraar, C= omgaan met de medeleerlingen,
D=Werkhouding) in een van de drie ondersteuningsgroepen / instructiegroepen /
interventiegroepen ingedeeld. Hun (algemene en specifieke) onderwijsbehoeften
worden bepaald en de vorderingen bijgehouden. Indien nodig worden de
ondersteuningsbehoeften van de leraar ook besproken.


Ga naar het document.

A.14 Aanmeldingsformulier leerlingbespreking Werkhouding

Herkomst/bron: OJ Basisschool De Compositie Almere, o.b.v.
Van der Meer (2012).

Toelichting: Dit formulier geeft de voorbereiding voor
een komende leerlingbespreking vorm en inhoud op werkhouding (inclusief
concentratie en motivatie). De factor werkhouding is een factor waar een
gezamenlijke basis kan liggen voor zowel leerproblemen als voor
gedragsproblemen. . Daarom is het van belang om vragen en signalen die er zijn
met betrekking tot de werkhouding (inclusief de concentratie en motivatie) van
de leerling in kaart te brengen. Mogelijke verbanden tussen de domeinen van
leren en gedrag bij deze leerling kunnen in beeld komen. Hierdoor wordt meer
diepgang van de bespreking bereikt en effectiever met de beschikbare tijd voor
overleg omgegaan.

Verwijzing naar hoofdstukken: 2.4, 2.5, 4.2, 4.4.

Gebruiksaanwijzing: De leraar vult dit
aanmeldingsformulier in voorafgaand aan een leerlingbespreking. De leraar voert
de antwoorden/gegevens per vraag voor de desbetreffende de leerling in. Dit
dient als aanvraag en voorbereiding voor een leerlingbespreking over de factor
Werkhouding. Mogelijke verbanden tussen de beide domeinen van leren en van
gedrag kunnen gelegd worden en een handelingsgerichte aanpak hierop worden
afgestemd. Indien nodig worden de begeleidings-/ondersteuningsbehoeften van de
leraar ook in beeld gebracht en besproken.

Tijdens de
leerlingbespreking vult de leraar eventueel samen met de interne begeleider de
belangrijkste bevindingen, afspraken en besluiten in op het formulier van de
leerlingbespreking (zie hiervoor instrument A.6). De interne begeleider
ondersteunt eventueel dit proces. Het verslag wordt opgenomen in het
leerlingendossier.


Ga naar het document.

A.15 Aanmeldingsformulier leerlingbespreking Leren/cognitieve ontwikkeling

Herkomst/bron: OJ Basisschool De Compositie Almere, o.b.v.
Van der Meer (2012).

Toelichting: Dit formulier geeft de voorbereiding voor
een komende leerlingbespreking vorm en inhoud op werkhouding (inclusief
concentratie en motivatie). De factor werkhouding is een factor waar een
gezamenlijke basis kan liggen voor zowel leerproblemen als voor
gedragsproblemen. . Daarom is het van belang om vragen en signalen die er zijn
met betrekking tot de werkhouding (inclusief de concentratie en motivatie) van
de leerling in kaart te brengen. Mogelijke verbanden tussen de domeinen van
leren en gedrag bij deze leerling kunnen in beeld komen. Hierdoor wordt meer
diepgang van de bespreking bereikt en effectiever met de beschikbare tijd voor
overleg omgegaan.

Verwijzing naar hoofdstukken: 2.4, 2.5, 4.2, 4.4.

Gebruiksaanwijzing: De leraar vult dit
aanmeldingsformulier in voorafgaand aan een leerlingbespreking. De leraar voert
de antwoorden/gegevens per vraag voor de desbetreffende de leerling in. Dit
dient als aanvraag en voorbereiding voor een leerlingbespreking over de factor
Werkhouding. Mogelijke verbanden tussen de beide domeinen van leren en van
gedrag kunnen gelegd worden en een handelingsgerichte aanpak hierop worden
afgestemd. Indien nodig worden de begeleidings-/ondersteuningsbehoeften van de
leraar ook in beeld gebracht en besproken.

Tijdens de
leerlingbespreking vult de leraar eventueel samen met de interne begeleider de
belangrijkste bevindingen, afspraken en besluiten in op het formulier van de
leerlingbespreking (zie hiervoor instrument A.6). De interne begeleider
ondersteunt eventueel dit proces. Het verslag wordt opgenomen in het
leerlingendossier.


Ga naar het document.

A.16 Aanmeldingsformulier leerlingbespreking Gedrag/sociale en emotionele ontwikkeling

Herkomst/bron: OJ Basisschool De Compositie Almere, o.b.v.
Van der Meer (2012).

Toelichting: Dit formulier geeft de voorbereiding voor
een komende leerlingbespreking vorm en inhoud op gedrag (inclusief sociale en
emotionele competentieontwikkeling). Het domein gedrag is nauw verbonden met de
factor werkhouding waar een gezamenlijke basis kan liggen voor zowel
leerproblemen als voor gedragsproblemen. Door dit aanmeldingsformulier is een
goede voorbereiding mogelijk en wordt meer diepgang van de leerlingbespreking
bereikt en effectiever met de beschikbare tijd voor overleg omgegaan.

Verwijzing naar hoofdstukken: 2.4, 2.6, 4.2, 4.4,
4.6.

Gebruiksaanwijzing: De leraar vult dit
aanmeldingsformulier in voorafgaand aan een leerlingbespreking. Tijdens de
leerlingbespreking vult de leraar samen met de gespreksleider (interne
begeleider, de gedragsspecialist)de belangrijkste bevindingen, afspraken en
besluiten in op het formulier van de gesprekspunten leerlingbespreking (zie
instrument A.6). De interne begeleider/gedragsspecialist ondersteunt eventueel
dit proces. Indien nodig worden de begeleidings-/ondersteuningsbehoeften van de
leraar ook in beeld gebracht en besproken. Het verslag wordt opgenomen in het
leerlingendossier.


Ga naar het document.

A.17 Werkblad Waarneming SEO en Werkhouding

Herkomst/bron: Emans & Van Meersbergen, LEOZ (2012).

Toelichting: Dit werkblad Waarneming Sociale en emotionele
competentieontwikkeling en Werkhouding is afkomstig van het web based trainingsprogramma 1 Kind- 1 Zorg
– 1 Plan
en te vinden op www.leoz.nl/Projecten/1kind1zorg1plan.aspx.
Het geeft een vaste structuur en houvast hoe de onderwijsbehoeften waar te
nemen zijn en te benoemen op drie factoren van sociale en emotionele
competentieontwikkeling, aangevuld met de factor werkhouding. De vier factoren
van het domein gedrag zijn: A= omgaan met zichzelf, B=omgaan met de leraar, C=
omgaan met de medeleerlingen, D=Werkhouding. De factor werkhouding vormt vaak een schakel tussen mogelijke
leerproblemen en gedragsproblemen. Daarom is het van belang om vragen en signalen
die er zijn met betrekking tot de werkhouding van de leerling in kaart te
brengen. Mogelijke verbanden tussen de domeinen van leren en gedrag bij deze
leerling kunnen in beeld komen.

Verwijzing naar hoofdstukken: 2.4, 2.6, 3.3, 4.2,
4.4, 4.5, 4.6.

Gebruiksaanwijzing: De leraar vult dit werkblad voor de
desbetreffende leerling(en) in tijdens de fase van waarneming in de stappen van
de 1-zorgroute. Mogelijke verbanden tussen de beide domeinen van leren en van
gedrag kunnen gelegd worden en een handelingsgerichte aanpak hierop worden
afgestemd. Indien nodig worden de ondersteuningsbehoeften van de leraar ook in
beeld gebracht en besproken. Hierbij kan gebruik worden gemaakt van het
Werkblad Goodness-of-fit (instrument A.7). Voor de voorbereiding op een leerlingbespreking
(met name over onderwijsbehoeften op domein gedrag en de factor werkhouding)
kan gebruik gemaakt worden van de aanmeldingsformulieren Leerlingbespreking
Gedrag en Werkhouding (instrumenten A.16 en A.14).


Ga naar het document.

A.18 Verzamellijst Informatie bij fase “waarnemen” stap 1

Herkomst/bron: Stichting ‘Gewoon Anders', Almere (2012).

Toelichting: Deze verzamellijst geeft een goed overzicht
van alle gebieden en aandachtspunten waarover informatie ingewonnen kan worden.
Zowel kind-factoren als omgevingsfactoren worden bestreken en relevante
feiten/gegevens genoteerd in deze verzamellijst. Deze lijst is behulpzaam bij
de eerste fase van handelingsgericht werken: waarnemen bij stap 1. Informatie
wordt verzameld in een brede onderwijscontext om zo een eerste beeld van deze
leerling te kunnen opstellen. Mogelijke verbanden tussen de diverse gegevens en
factoren en tussen de domeinen van leren en gedrag kunnen in beeld komen. Mogelijk
wordt de fase van waarnemen een fase van bewuster signaleren en waarnemen op
basis van deze verzamellijst.

Verwijzing naar hoofdstukken: 2.2, 3.3, 4.2,

Gebruiksaanwijzing: De leraar vult deze verzamellijst voor
de desbetreffende leerling(en) in tijdens stap 1 in de fase van waarneming
volgens de stappen van de 1-zorgroute. Mogelijke verbanden tussen de beide
domeinen van leren en van gedrag, en tussen kind-factoren en omgevingsfactoren
kunnen gelegd worden. Mogelijke vervolgvragen of onderzoeksvragen kunnen hier
opgeworpen worden om later een tweede beeld of een voller begrip van de
onderwijsbehoeften te krijgen. Indien nodig worden de ondersteuningsbehoeften
van de leraar ook in beeld gebracht en besproken. Hierbij kan gebruik worden
gemaakt van het Werkblad Goodness-of-fit (instrument A.7) of het Werkblad Waarneming
SEO en Werkhouding (instrument A.17). Voor de voorbereiding op een
leerlingbespreking (met name over onderwijsbehoeften respectievelijk op domein
leren en gedrag en de factor werkhouding) kan gebruik gemaakt worden van de
aanmeldingsformulieren Leerlingbespreking Werkhouding, Leren en Gedrag
(instrumenten A.14, A.15 en A.16).


Ga naar het document.

A.19 Snelle scan Beeldvorming gedrag

Herkomst/bron: Van Meersbergen (2014; 2015).

Toelichting: De fase van waarnemen levert een eerste beeld op van de leerling in de onderwijsleersituatie. Met behulp van de Snelle scan Beeldvorming gedrag, een set met vier vragen welke aan een collega/leraar worden gesteld, wordt een tweede beeld van gedrag geschetst. De vragen gaan vooraf aan de feitelijke diagnostiek van gedrag. Zo maak je optimaal gebruik van ervaring, inschatting, onbewust weten, pedagogische tact of intuïtie van de leerkracht. Rapportages, eenmalige observatie, recente hectische momenten of gebeurtenissen worden van een emotionele lading ontdaan. Het risico op eendimensionale beeldvorming wordt verkleind en een bredere blik ontstaat op gedrag in de onderwijsleersituatie.

Verwijzing naar hoofdstukken: 3.2, 3.3, 3.6, 4.5, 5.2, 5.5. (Tweede druk)

Gebruiksaanwijzing: De begeleider of de ondersteuner vraagt aan de leraar: haal een levendig voorbeeld naar boven van dat leerlinggedrag wat jou opvalt, grote zorgen baart, irriteert of waar je voortdurend het hoofd over breekt. Geef direct daarna je eerste ingeving over dat gedrag van de leerling bij deze vier vragen:

Is het gedrag feitelijk waargenomen of een interpretatie van gedrag?

Is het leerlinggebonden of meer situatie-gebonden gedrag?

Is dit gedrag uit onmacht, onkunde of onwil?

Wie heeft hier het probleem: de leerling, de groep of de leraar?
Voor een groot deel voeren de leraar en de begeleider of ondersteuner dit onderzoek zelf uit. Het krijgt door de snelle scan meer richting en daar horen specifieke onderzoeksmiddelen bij. Aanvullende en specifieke informatie helpen om een tweede, dieper of diagnostisch, beeld van gedrag te krijgen. Is dat beeld nu voldoende helder om gedrag en onderwijsbehoeften te begrijpen? Dan is verder onderzoek nu niet meer nodig.


Ga naar het document.

A.20 Brede scan Beeldvorming gedrag

Herkomst/bron: Van Meersbergen (2014; 2015).

Toelichting: De Brede scan Beeldvorming gedrag is een vervolg op de Snelle scan Beeldvorming gedrag (hulpmiddel A.19). In de fase waarnemen ontstaat een eerste beeld van gedrag in de onderwijsleersituatie. Aanvullende en specifieke informatie helpen de begeleider en de leraar om een tweede, dieper of diagnostisch, beeld van gedrag te krijgen. Dat tweede beeld wordt opgebouwd door onderzoekend te kijken, gericht informatie te verzamelen en te analyseren uit minimaal deze drie invalshoeken:
de leerling met leerlingkenmerken;
de groep met groepskenmerken;
de leraar met leraarkenmerken.
Verwijzing naar hoofdstukken: 3.2, 3.3, 3.6, 4.5, 5.2, 5.5. (Tweede druk)

Gebruiksaanwijzing: De leraar vult eventueel met de begeleider of ondersteuner voor elk van de drie genoemde invalshoeken belangrijke en concrete informatie in of gaat er naar op zoek, laat dit onderzoeken. De herkenning van kenmerkend gedrag en het onderbrengen in een classificatie is verleidelijk. Toch bestaat het risico dat er causaal geredeneerd wordt in de trant van: "Jurre heeft vast ADHD en daarom doet hij zo onrustig." De begeleider of ondersteuner kijkt verder dan naar de leerling alleen en zoekt totdat de meest nabije mensen voor de leerling letterlijk in beeld zijn gekomen. Die mensen zijn de groep (alle medeleerlingen) en de leraar. Het tweede beeld van (probleem)gedrag van een leerling is meerdimensionaal en gebaseerd op kindkenmerken, de invloeden vanuit de groep en de leraar. De begeleider of ondersteuner neemt dit bewust mee in de oordeelsvorming en analyse. Wat speelt er nog meer rond het gedrag van deze leerling en wat zou dat gedrag ook kunnen veroorzaken? Het helpt gedrag en de onderwijsbehoeften van deze leerling te begrijpen.


Ga naar het document.

A.21 Checklist Relatie leren en gedrag voor observaties van de taak-/Werkhouding

Herkomst/bron: Van Meersbergen (2014; 2015).

Toelichting: Er valt niet een strikt onderscheid te maken tussen leerontwikkeling en sociale en emotionele ontwikkeling. Bovendien bestaat er een interactie-effect. Dit speelt zeker bij gedragsvraagstukken waar (on-)opvallend gedrag weer ander gedrag oproept. Soms wordt een situatie pas duidelijk na observatie van een lange keten van actie-reactie(s). Soms verhult het ‘jasje’ van de werkhouding onderliggende leer-en gedragsproblemen: het waargenomen gedrag kan er hetzelfde uitzien. Observaties van de taak-/werkhouding kunnen ons veel leren over de samenhang tussen de leerling, situaties en vertoond gedrag. Observaties van meerdere én verschillende situaties van gedrag geven zicht op een breder functioneren van de leerling. Een leerling presteert niet op alle leertaken op hetzelfde ontwikkelingsniveau. Een leerling is niet in alle situaties niet-taakgericht aan het werk. Het waarnemen van de taak/werkhouding kan via een open observatie en via een checklist zoals deze.
Verwijzing naar hoofdstukken: 3.2, 3.3, 3.6, 4.5, 5.2, 5.5. (Tweede druk)

Gebruiksaanwijzing: Doel is om via de taak-/werkhouding een relatie tussen leren en gedrag te ontdekken en/of een patroon te zien in oorzaak-gevolg. Observeer aan de hand van de checklist gericht de werkhouding van een leerling tijdens een taaksituatie. Afhankelijk van of er al een beeld is gevormd observeer je op meerdere momenten, tijdens lessen met dezelfde taaksituatie en/of tijdens verschillende taaksituaties. In de analyse van de observaties inventariseer je - naast de (specifieke) onderwijsbehoeften en ontwikkelpunten - ook de sterke kanten. Een (diagnostisch) gesprek met de leerling is aanbevolen en geeft een dieper inzicht in wat hij denkt, voelt en ervaart tijdens en rondom de taaksituatie. Benoem nu vanuit de observaties en de analyse wat volgens jou de kern is van het vraagstuk bij deze leerling: meer leergericht of meer gedragsgericht. Omdat een checklist niet volledig kan zijn, elke leerling uniek is en iedere leraar eigen observatievragen ontwerpt, zijn er onderaan de checklist drie opties (deels) open gelaten door hier stippellijnen te plaatsen in plaats van vaste formuleringen.

Ga naar het document.

A.22 Tien tips voor leraren om met hun leerlingen te praten na terreuraanslagen

Herkomst/bron: Van Meersbergen en Jeninga (2015).

Toelichting: De reeks terreuraanslagen, vanaf januari 2015 op de redactie van het tijdschrift Charlie Hebdo en later dat jaar in november op het openbare leven in Parijs, en daarna nog in diverse andere Europese en wereldsteden hebben bij een groot deel van de bevolking sterke emoties opgeroepen. Gevoelens van angst, paniek, wantrouwen, verdriet, onbegrip, boosheid, woede, onmacht, wraak, onzekerheid, onveiligheid en soms ook van solidariteit, sympathie of euforie. De ouders, opvoeders en leraren hebben een grote verantwoordelijkheid om hun kinderen-leerlingen-studenten bij deze dramatische gebeurtenissen te ondersteunen, te helpen verwerken, verschillen van inzicht te schetsen, meerdere bronnen van informatie aan te bieden en de situatie beter te leren begrijpen. Een groepsgesprek met een duidelijke opbouw, tien tips verdeeld over vier fasen, helpt om de sterke emoties te hanteren en geeft richting aan het verwerken ervan.

Verwijzing naar hoofdstuk: 4.6. (Tweede druk)

Gebruiksaanwijzing: De leraar roept de volgende dag na een dramatische gebeurtenis als een terreuraanslag de (mentor-)klas bij elkaar voor een groepsgesprek. Hieraan voorafgaand hebben de leraren een speciale briefing-bijeenkomst op school gehad waarin afgesproken wordt wie, wanneer en wat deze leraren met de gebeurtenis gaan doen. De Tien tips voor Leraren geven de structuur voor een dergelijk groepsgesprek aan rekening houdend met de ontwikkelingspsychologische impact op jonge mensen. Ook bieden de tien tips de mogelijkheid om in de lessen direct een begin te maken met de verwerking van de gebeurtenis.

Ga naar het document.

A.23 Vragenlijst Zelfdeterminatietheorie motivatieschaal

Herkomst/bron: Ryan en Cornell (1989). Daemen en Römers (2016) Nederlandse bewerking SRQ-A.

Toelichting: Deze leerlingvragenlijst brengt het subtype motivatie in kaart voor leren en presteren op basis van de drie algemeen psychologische basisbehoeften. Vansteenkiste en Soenens (2015) spreken van het ABC aan voorwaardelijke ‘vitamines’ voor ontwikkeling van de kinderen en jeugdigen. Het ABC staat voor behoefte aan: A= autonomie; B= Band; relationele verbondenheid; C= competentie. Zij voegen aan dit ABC het vertrouwde motivatieschema over intrinsieke en extrinsieke motivatie toe, waardoor er een schaal voor motivatie ontstaat. Door in het aloude begrippenpaar een nuancering aan te brengen ontstaan er vier subtypen motivatie. Deze vragenlijst is gebaseerd op de schaal voor motivatie (32 vragen op een vierpuntschaal) en is bedoeld voor de leerlingen van de bovenbouw basisschool en het voortgezet onderwijs. Beroepsopvoeders en onderwijsprofessionals kunnen hun handelen afstemmen op de inzichten die dit motivatieschema oproept en zich richten op een toename van autonomie en intrinsieke motivatie bij (hun) kinderen/leerlingen. De schaal voor motivatie is te omschrijven als een proces van toenemende internalisatie en dus van het verwerven van eigenaarschap. Bijvoorbeeld de richtlijnen voor een autonomie-ondersteunende aanpak. Deze kan proactief (vooruitziend) gericht zijn: proberen via keuze en overleg problemen te vermijden. Deze kan ook reactief (reagerend op) gericht zijn: meeveren met weerstand als zich problemen voordoen.

Verwijzing naar hoofdstukken: 4.4, 4.5. (Tweede druk)

Gebruiksaanwijzing: De leerlingen uit de bovenbouw basisonderwijs en van het voortgezet onderwijs vullen zelf deze vragenlijst in. De leraar rekent de ruwe scores (totaalscore) en de factorscores (gemiddelden) uit en krijgt inzicht in welk van de vier subtypen motivatie deze leerling zich op het meetmoment bevindt. Een volgende afname ter evaluatie na het inzetten van interventies gericht op toename internalisatie is aan te raden. Bespreken met de leerling zelf, de gegevens en analyse ervan meenemen in een volgend leerlingen-/steunteam overleg.

Ga naar het document.

A.24 Human Dynamics typen leerlingen en hun onderwijsbehoeften

Herkomst/bron: Lindenberg, Bleecke en Van Putten (2010).

Toelichting: Deze overzichtslijst van de onderwijswijsbehoeften is gebaseerd op de indeling in zes typen leerlingen volgens Human Dynamics. Alle leerlingen hebben naast de algemene onderwijsbehoeften ook meerdere specifieke onderwijsbehoeften welke hier gekoppeld zijn aan de indeling in een van de zes typen. Het is een hulpmiddel bij het waarnemen en begrijpen van onderwijsbehoeften.

Verwijzing naar hoofdstukken: 3.3, 5.2. (Tweede druk)

Gebruiksaanwijzing: De leraar vult, eventueel samen met de begeleider, deze overzichtslijst in voor die leerlingen waarvan de onderwijsbehoeften nog niet duidelijk zijn. Niet alle waargenomen onderwijsbehoeften worden in een individueel handelingsplan opgenomen. Sommige onderwijsbehoeften staan al in het groepsplan of in een subgroepsplan/clustering van onderwijsbehoeften. Dan moet er opnieuw instructie of tijdelijk extra aandacht aan een bepaalde ondersteuning besteedt worden. Daar moeten keuzes in gemaakt worden en deze lijst is hierbij te gebruiken. Ook zullen er specifieke onderwijsbehoeften in een individueel handelingsplan, ontwikkelingsperspectiefplan of in bestaand groepsplan (tijdelijk) opgenomen kunnen worden.

Ga naar het document.

A.25 Gedragsanalysemodel-ASE individuele leerling

Herkomst/bron: Bolman en De Vries uit: De Vries en De Vries (2016).

Toelichting: Dit model presenteren we als hulpmiddel bij een analyse van gedrag in de context van de onderwijsleersituatie. Een goede interventie hangt nu eenmaal samen met een nauwgezette analyse. Door een grondige analyse te maken kan eenvoudiger beoordeeld worden op welke factoren er bij een interventie ingezet kan worden om de leerling te helpen vaker gewenst gedrag te laten zien en het ongewenst gedrag te helpen uitdoven. Dit model past uitstekend binnen een handelingsgerichte ondersteuningsstructuur en de ecologische pedagogiek. Het model geeft zicht op de invloed van drie motivationele factoren: attitude, sociale invloed en eigen effectiviteit.

Deze drie factoren bepalen in belangrijke mate de intenties van de leerling: wat is het doel van de leerling? Met welke bedoeling of motivatie laat hij of zij bepaald gedrag zien? Wat wil de leerling met dit gedrag bereiken? Tot slot bepalen kennis en vaardigheden, waaronder sociale en emotionele competenties, enerzijds en belemmeringen of barrières anderzijds of de leerling bepaald gedrag echt zal laten zien.

Verwijzing naar hoofdstuk: 4.5. (Tweede druk)

Gebruiksaanwijzing: De leraar vult dit model in. Tip: invullen nadat de leraar eerst de uitvoerige gebruiksaanwijzing bij het hulpmiddel (nog eens) leest voordat dit model in de praktijk gebruikt wordt. Kernbegrippen in dit model vormen: Attitude – sociale invloed – self-efficacy. Korte uitleg:

Attitude heeft betrekking op de grondhouding van de leerling: wat zijn de gevolgen van het gedrag van de leerling? Welke eerdere ervaringen heeft de leerling met dit gedrag opgedaan? Hoe wordt het eigen gedrag door de leerling zelf geëvalueerd? Dit bepaalt in grote mate de motivatie om bepaald gedrag vaker te vertonen.

Sociale invloed wordt in dit model vertaald in groepsnorm, sociale druk of steun en invloed van rolmodellen. De drang van een leerling om zich hieraan aan te passen is een belangrijke factor.

Self-efficacy: het zelfbeeld en de inschatting van de eigen mogelijkheden om gedrag zelf te kunnen reguleren of gewenst gedrag te kunnen laten zien.

Intentie van de leerling: Met behulp van deze drie motivationele factoren krijgen we een indruk van de intentie van de leerling. Deze kan in eigen bewoordingen genoteerd worden. Belangrijk is ons ervan bewust te zijn dat we bepaalde gegevens interpreteren vanuit een eigen perspectief.

Kennis & vaardigheden – belemmeringen en barrières: Bij kennis en vaardigheden kunnen we denken aan de intelligentie van de leerling, de kennis en algemene ontwikkeling en de mate waarin de leerling sociaal vaardig en emotioneel competent is. Bij belemmeringen en barrières kunnen we denken aan gedragscorrigerende maatregelen of controlemaatregelen binnen de klas.

Gedrag van de leerling: In het onderste vak kan beschreven worden hoe het gedrag van de leerling eruit ziet. Belangrijk hier is het concreet benoemen van dit gedrag en eigen interpretaties en oordelen achterwege te laten. Door feiten te noemen kunnen eenvoudiger doelen geformuleerd worden Dit analysemodel kan vervolgens de basis vormen onder een aanpak met weloverwogen gerichte interventies.

Ga naar het document.

A.26 Gedragsfunctieanalyse-GFA

Herkomst/bron: Krab e.a. uit: De Vries & De Vries (2016).

Toelichting: De Gedragsfunctieanalyse is een hulpmiddel bij de fase van waarnemen en bij observatie. De GFA kan ingezet worden om gedrag van een leerling binnen de groep te analyseren. Het gaat uit van een behavioristische visie op gedragsproblemen en dit houdt in dat alle gedrag aangeleerd, dus ook weer afgeleerd kan worden. Hoewel dit enigszins kort door de bocht is gesteld kan dit GFA een handig middel zijn om de aanleiding tot specifiek gedrag of de directe gevolgen van negatief of lastig gedrag te onderzoeken. Het versterkende effect (de winst) van de reacties van anderen kan ertoe leiden dat de leerling dit gedrag zal herhalen. Zo kan een instemmende reactie van een groepje vriendjes een voldoende reden zijn om het negatieve gedrag (bezien vanuit de leraar) nog eens te vertonen. Reacties van vriendjes kunnen zo een versterkende werking hebben, zodat de leerling minder de neiging vertoont zich (nog minder als voorheen) aan regels en afspraken te houden. Het ABC-schema nodigt de gebruikers uit om heel concreet naar waarneembare antecedenten of (indirecte) aanleidingen te zoeken binnen de alledaagse praktijk. Indirecte factoren zijn onder meer: thuis- of omgevingskenmerken, relatie leraar en leerling, groepsdruk of onderwijskenmerken. Zo zien we ruimte en een kans om de ecologische pedagogiek hieraan te koppelen. De gedragsfunctieanalyse wordt in zes fasen uitgevoerd en het liefst met alle betrokkenen.

Verwijzing naar hoofdstukken: 3.6, 5.8. (Tweede druk)

Gebruiksaanwijzing: Het team met alle betrokkenen rond de leerling bespreekt stap voor stap, fase voor fase de gedragsfunctieanalyse en vult dit formulier in.

Fase 1: Globale verkenning: Tijdens deze fase wordt informatie vastgelegd die reeds bekend is. Zo wordt de context verkend waarbinnen het gedrag zichtbaar is.

Fase 2a: Indirecte factoren: Een dergelijk analysemodel wordt binnen handelingsgericht werken vaak gebruikt om de invloed van de leerling zelf, de leraar, de groep, het onderwijs en de thuisomgeving in kaart te brengen. Bovendien wordt bepaald binnen welk beïnvloedingssfeer er kansen op aangrijpingspunten zitten.

Fase 2b: Directe factoren: Het ABC-schema. Opm.: Er is voor gekozen om de B voor de A te plaatsen, om reden dat de observator vaak eerst het gedrag van de leerling (=B) probeert vast te leggen en daarna zich realiseert welke aanleiding of aanleidingen tot dit gedrag hebben geleid. Bij A worden nu concrete, directe factoren in beschreven, liefst zo feitelijk mogelijk. Bij C noteert de observator welke concreet waargenomen reacties van de leraar, de groep en de leerling zelf er direct op het gedrag volgen.

Fase 2c: Scores sociale en emotionele competenties: De scores worden ingevuld ten aanzien van de vijf groepen sociale en emotionele competenties op een schaal van 1 tot 10. Een korte toelichting bij de vijf groepen staat in het formulier.

Fase 3: Integratief beeld, hypothese & gewenst doelgedrag: Nu wordt een voorlopige stand van zaken geïnventariseerd. Belangrijk is dat de betrokkenen hier allemaal bij betrokken zijn, zodat een breed gedeeld beeld kan worden vastgesteld. Tevens wordt in deze fase (3b) het positief doelgedrag geformuleerd. Soms zijn er meerdere doelgedragingen te benoemen, maar het is niet altijd wenselijk en haalbaar om aan meerdere doelen tegelijkertijd te werken. Tot slot wordt in deze fase met elkaar vastgesteld wat de consequenties zijn van dit doelgedrag. Dit leidt tot aanpassingen van de aanleidingen (A) tot het negatieve doelgedrag en welke respons (C) op het negatieve doelgedrag moeten we aandacht geven in het plan van aanpak?

Fase 4: Plan van aanpak: Dit uitvoeringsdeel kan de school desgewenst vervangen door hulpmiddelen, ondersteuningsplannen en formats die al succesvol binnen de school gebruikt worden. Belangrijk in dit model blijft het onderscheid tussen een plan van aanpak gericht op de leerling en een ondersteuningsplan voor de leraar. Hiermee is niet gezegd dat beiden altijd van belang zijn. Bij zowel 4a als 4b kan ‘niet van toepassing’ vermeld worden. Kern is dat heel concrete afspraken vastgelegd worden en dat aan alle aspecten van een goede uitvoering van het plan aandacht wordt besteed.

Fase 5: Uitvoeringsfase – logboek: In dit vak kunnen de betrokkenen hun aantekeningen, overpeinzingen, opmerkingen en aandachtspunten noteren.

Fase 6: Evaluatie: Met deze fase wordt de gedragsfunctieanalyse afgesloten. In sommige gevallen zal het nodig zijn opnieuw doelen te benoemen voor een volgende periode. In die gevallen hoeft niet altijd het gehele model doorlopen te worden en kan het plan vanaf fase 3b worden opgepakt.

Ga naar het document.