C.7 Matrix arrangement beschrijving
Herkomst/bron: De Vries en De Vries (2016).
Toelichting: Dit hulpmiddel om arrangementen te beschrijven heeft als doel alle beschikbare informatie uit alle op school aanwezige documenten in dit format te ordenen, zodat overzichtelijk en inzichtelijk wordt hoe het arrangement voor de leerling ontworpen is. We zien documenten en informatie die samenhangen met een arrangement voor een leerling: formulieren, begeleidingsplannen, opp’s, rapporten en gespreksverslagen. Veel van deze documenten zijn door de school zelf vastgesteld of ontwikkeld. Daarnaast treffen we documenten aan die opgesteld zijn door externe instanties. De aspecten die we in de matrix terugvinden zijn een mix van bestaande tradities uit de rugzakbegeleiding en van arrangementen die een bredere en kritische kijk geven op dat wat de school aanbiedt. Dit hulpmiddel helpt om kritisch te kijken naar de intensiteit en tijdsduur: soms kort en intensief in andere gevallen langdurig en minder intensief. Tevens wordt de vraag gesteld wie er als doelgroep benoemd kan worden in het arrangement: Betreft het alleen de leerling? Of ook andere leerlingen? Of groepjes leerlingen? Of de leraar? Of de hulpverleners? Deze matrix nodigt uit om flexibel om te gaan met het arrangement, zodat het optimaal afgestemd kan blijven op de onderwijsbehoefte van de leerling of leerlingen en de ondersteuningsbehoefte van de betrokken professionals.
Verwijzing naar hoofdstukken: 2.4, 2.6, 2.7, 3.6. (Tweede druk)
Gebruiksaanwijzing: Invullen met de mensen die overzicht hebben over de totale onderwijsleeromgeving en de onderliggende algemene en specifieke onderwijsbehoeften van deze leerling(en). Doorloop volledig en kritisch-evaluerend dit hulpmiddel, kopje voor kopje. Betrek hierbij ook de vraag of er, en zo ja welke, ondersteuningsbehoeften er zijn voor deze betrokken professionals?
Uren – beschikbare tijd
Beschrijf hier op welke wijze de extra aandacht voor de leerling wordt georganiseerd in de tijd? Is er structureel extra tijd of aandacht georganiseerd? Met welke tijdsomvang? Met welke frequentie? Zijn er ‘extra handen’ beschikbaar? Op welke momenten worden deze ingezet? In de groep? Buiten de groep?
Materialen – methodieken – faciliteiten – ruimte & aanpassingen
Noteer welke materialen of methodieken/methodes worden in het arrangement worden ingezet? Wordt er gebruik gemaakt van aangepaste (werk-)plekken, materialen, methodieken of eventuele aanpassingen op het gebied van de fysieke omstandigheden (ruimte, gebouw, ict, etc.)?
Expertise leraar – interne begeleiding of ondersteuning – specialisten in de school
Beschrijf de voor deze leerling of leerlingen relevante en beschikbare deskundigheid binnen de school. Is er professionalisering, coaching of teamscholing geweest, gericht op de achtergronden van deze leerling? Zijn er specialisten binnen de school die specifieke deskundigheid hebben opgedaan of is er specifieke kennis voorhanden bij de interne begeleider of andere collega’s?
Betrokken externen & samenwerking
Hier kan een inventarisatie gemaakt worden van professionals van externe instanties die bij de begeleiding van deze leerling betrokken zijn. Vindt deze begeleiding binnen of buiten de school plaats? Op wie is de ondersteuning of begeleiding gericht: op de leerling, leerlingen, de leerkracht? Hoe frequent wordt overleg gevoerd of geëvalueerd? In welke samenstelling?
Faciliteiten externe specialisten (beschikbare tijd – materialen – programma’s – etc.)
Hier kan geïnventariseerd worden hoeveel tijd externe deskundigen beschikbaar hebben voor de begeleiding van de leerling. Hoeveel tijd hiervan komt daadwerkelijk ten goede aan de directe begeleiding van de leraar of de leerling? Hoeveel tijd is gereserveerd voor overleg, rapportage? Welke programma’s, materialen of methodieken/methodes worden ingezet in het arrangement?
Ouders, leerling, zorg en ondersteuning in de privésfeer
Beschrijf hier op welke wijze er met de ouders en eventueel de leerling zelf wordt samengewerkt. Hoe wordt afgestemd, welke rolverdeling is er afgesproken? hoe vaak vindt er overleg plaats en op welke wijze wordt er geëvalueerd? Hiernaast kan genoteerd worden of er zorg, ondersteuning, therapie, begeleiding wordt geboden in de privésfeer van de leerling en waar deze uit bestaat.
Cognitie – leren – taal/spraak
Werk hier uit wat de leerling nodig heeft om zich optimaal te kunnen ontwikkelen binnen de school op het gebied van leren, taal/spraak? Wat is hierbij concreet de onderwijsbehoefte van de leerling? (instructie die…, oefeningen die…, materialen die…, een leerkracht die….., klasgenoten die…., een plek in de klas die….?) Heeft de school onderscheid gemaakt tussen de algemene onderwijsbehoefte van de leerling en specifieke onderwijsbehoeften bij de verschillende vakgebieden?
Sociale en emotionele competenties
Zijn er onderwijsbehoeften op het gebied van de SEL-competenties te benoemen? Is aan te geven op welke vlak deze onderwijsbehoefte vooral ligt?
Self-awareness (besef hebben van jezelf, omgaan met eigen gevoelens, gezond zelfvertrouwen)
Self-management (zelfregulatie, impulscontrole, doelgericht gedrag, omgaan met heftige emoties)
Social-awareness (empathie tonen, verschillen tussen individuen herkennen en hiermee om kunnen gaan, sociale cues juist interpreteren)
Relationship-skills (relaties kunnen aangaan en onderhouden, sociale druk kunnen weerstaan, conflicten oplossen)
Responsilble decision making (weldoordacht kiezen met de juiste aandacht voor jezelf, bijdragen aan positief klimaat in de groep, verantwoordelijkheid nemen voor het eigen gedrag)
Fysiek – motorisch – medisch
Noteer hier de ondersteuningsbehoeften op het gebied van medische verzorging, motorische ontwikkeling, fysieke ontwikkeling? Zijn er medische of verzorgende handelingen noodzakelijk die de school zelf niet kan/mag uitvoeren? Is er sprake van medicijngebruik? Is fysiotherapie geïndiceerd?
Executieve functies
Heeft de leerling specifieke onderwijsbehoefte op het gebied van executieve functies? Zo ja: op welk gebied dan vooral?
Denkvaardigheden (planning, prioritering, organisatie, timemanagement, werkgeheugen, metacognitie)
Taakgericht gedrag (reactie-inhibitie: eerst denken dan doen), emotieregulatie, volhouden/doorwerkvermogen/afleidbaarheid, taakinitiatie, flexibiliteit/taakgedrag of plan bijstellen of aanpassen, doelgericht doorzettingsvermogen/doel stellen/focus op doel)
Zelfredzaamheid – afhankelijkheid – participatie
Kan de leerling volwaardig participeren binnen de groep en deelnemen aan allerlei activiteiten binnen de school? Heeft de leerling hierbij specifieke ondersteuning nodig? Hoe staat het met de onderwijsbehoefte op het gebied van zelfredzaamheid? Is de leerling afhankelijk van anderen op het gebied van zelfredzaamheid (verplaatsen, verzorgen plekken/spullen, omkleden, eten/drinken etc.)
Duur
Hoe lang zou het arrangement binnen de school ingezet moeten worden? Wordt er gedacht aan een eenmalige interventie of een kortdurend arrangement? Of een arrangement dat enkele weken of maanden beslaat? Schat de school in dat structurele inzet van het arrangement gedurende de schoolloopbaan van de leerling noodzakelijk zal blijven?
Intensiteit
Beschrijf de concrete ideeën ten aanzien van de intensiteit van de extra ondersteuning? Hoe vaak per week? Met welke tijdsomvang? Kan deze intensiteit na verloop van tijd afgebouwd worden? Zijn er argumenten om te variëren in de intensiteit van de extra ondersteuning? Of is er behoefte aan een gelijkmatige inzet van extra ondersteuning?
Doelgroep
Op wie zou het arrangement (vooral) gericht moeten zijn? Leerling zelf? Andere leerlingen binnen de groep? De hele groep? De leerkracht? Het team van de school? Interne betrokkenen/specialisten? Ouders? Hulpverleners?
Bovenstaande suggesties zijn slechts een greep uit relevante vragen die bij het beschrijven van het arrangement van nut kunnen zijn. Vanzelfsprekend is dit overzicht niet volledig voor alle leerlingen.

Ga naar het document